BRAVOK

Voordat je op je motor wegrijdt, is het belangrijk dat je een aantal essentiële punten checkt. Deze punten worden vaak samengevat als BRAVOK.

Dit woord vertegenwoordigt de eerste letters van de zaken die je door moet nemen voordat je wegrijdt.

BRAVOK staat voor:

Banden,
Remmen,
Accu
Verlichting/Vering/Vloeistoffen,
Olie,
Ketting/Cardan/Koeling.

B van Banden
Het is belangrijk dat de spanning van de banden wordt gecontroleerd.

Onvoldoende bandenspanning leidt tot:


  • een grotere kans op slijtage en beschadiging;
  • een hoger brandstofverbruik (door verhoogde rolweerstand);
  • een slechtere wegligging; 
  • een langere remweg.

De bandenspanning moet wel altijd binnen de door de fabrikant aangegeven waarden blijven. De bandenspanning kan het beste gemeten worden voordat je gaat rijden. Door het rijden neemt de spanning in de banden vanwege de oplopende temperatuur namelijk toe. Zo is het ook niet zinvol om de bandenspanning te meten wanneer de motorfiets te lang in de zon heeft gestaan. Naast de bandenspanning moet er ook gekeken worden of er zich oneffenheden, spijkers of ander materiaal in of aan de band zitten die eventueel een klapband zouden kunnen veroorzaken. Het profiel van de band is daarentegen ook belangrijk. Wettelijk moet een profiel van een band voldoen aan tenminste 1,0 mm diepte. Veiliger is 1,5 à 2,0 mm diepte.

R van Remmen
Niet goed functionerende of versleten remmen kunnen een groot gevaar opleveren voor de veiligheid. Controleer daarom bij hydraulisch bediende remmen altijd of er voldoende remvloeistof aanwezig is. Is dit niet zo, dan kan dit wijzen op versleten remblokken. Dit kun je tevens checken door de handremmen aan te drukken. Voelt de remdruk sponzig aan dan zijn waarschijnlijk niet de remblokken versleten, maar kan dit wijzen op een lekkage in het gesloten remvloeistofsysteem. Beschikt je motor over trommelremmen, controleer dan of de controlepunten op de trommel en het bewegende deel voldoende afstand hebben bij het 'activeren' van de rem. De remmen moeten, los van bovenstaande zaken, uiteraard gewoon goed werken en doen waarom ze op de motorfiets zitten: remmen!


A van Accu en Aandrijving
De bevestiging dient deugdelijk te zijn, dit geldt voor zowel de accu zelf als voor de draden. Daarnaast dienen de draden goed geïsoleerd te zijn en moet de hoeveelheid accuvloeistof zich tussen het minimum en maximum streepje bevinden. Indien een accu lek is en accuvloeistof verliest, dient de lekke accu vervangen te worden. Accu's bevatten gevaarlijk zuur en mogen niet in de GFT bak! Pas op voor aanraking van het zuur met de huid, ogen of kleding. Defecte accu's kunnen bij het gemeentelijk inzameldepot worden ingeleverd als chemisch afval.

Er zijn drie soorten aandrijvingen. We zetten ze op een rijtje:

  • Kettingaandrijving - controleer of er genoeg vet op de ketting zit en of de ketting in het midden van het langste rechte stuk ongeveer 3 cm op en neer kan bewegen. Controleer tevens of een tandwiel niet ei rond gesleten is. Dit is te controleren door het achterwiel rond te laten draaien terwijl de motorfiets op de middenbok staat. Uiteraard dient de kettingspanning te worden gemeten op het strakste punt van de ketting. 
  •  Cardan aandrijving - controleer of de as niet lekt.
  • Riemaandrijving - controleer op eventuele scheurtjes in de riem en controleer net zoals bij de kettingaandrijving - of de spanning voldoende is.
  • Tot slot: Vervang niet alleen de ketting of alleen de tandwielen maar vervang ze altijd beide tegelijkertijd als set.

V van Verlichting en vering
Zien en gezien worden is van levensbelang in het verkeer. Controleer de verlichting (groot-, dim-, voor-, achter- en remlicht) en de knipperlichten. Tevens is de V ook van Vizier. Je vizier van je helm draagt ook bij aan het zien. Een krasvast vizier draagt daar ook aan bij.

De vering moet voor en achter schoon zijn en geen lekkage vertonen. De demping mag geen lekkage vertonen. dit is duidelijk te herkennen bij de olie keringen aan de voorvork. Daar zal bij lekkage olie uit de voorvork komen. Voor de achtervering is het verstandig om te weten wat de stel mogelijkheden zijn i.v.m. een passagier of bagage. Bij het rijden met een passagier en/of bagage is het voor de stabiliteit namelijk beter als de achterveren wat stugger zijn afgesteld. Raadpleeg voor de afstel mogelijkheden het instructieboek van de betreffende motor.

O van Olie
Om de motor goed en soepel te laten draaien, is het belangrijk dat er voldoende olie aanwezig is. Dit kan gecontroleerd worden door te kijken of de hoeveelheid olie zich tussen het minimum en maximum punt van het peilstokje bevindt. Zorg ervoor dat voordat je gaat meten, de motor recht staat (gebruik dus bij voorkeur de middenbok) en dat de motor voldoende is afgekoeld. Daarnaast dien je, voor dat je gaat meten, het peilstokje even schoon te vergen, zodat je een zuivere meting kunt doen. Op sommige motorfietsen kun je je oliepeil controleren via een kijkglaasje met daarin afleesbaar full en low.

K van Koeling
Er zijn twee soorten koelingen: luchtkoeling of vloeistofkoeling. Controleer of de ribbels van de luchtkoeling schoon zijn. Wanneer er modder op zit zal de koeling niet werken. Bij de vloeistofkoeling kun je controleren of er nog voldoende vloeistof inzit. Draai echter nooit in één keer de dop van de radiator of het expansievat open als de motor nog warm is. De warme koelvloeistof staat namelijk onder druk en kan bij het openen spontaan gaan koken. Bij moderne motorfietsen is het niveau direct af te lezen en hoeft het systeem in zijn geheel niet geopend te worden.

Download hier het BRAVOK.